Terug naar hoofdinhoud
Heeft u vragen, opmerkingen, ideeën of suggesties? Stuur ons een e-mail via info@ferwertonline.nl

Vrijhof 10

It Prebendehûs letter Rjochthûs en Diakonijwent

Huisnummer in de eerste dorpsnummering: 
11 Kadastraal nummer in 1832: A 553, 552

In de Rooms-katholieke tijd van voor 1580 woonde hier de priester die het ambt van prebendarius had. In het jaar 1540 was dat de heer Lijomme en in 1578 de heer Harmen Clasen. Vandaar de naam prebendehuis. Deze functie verviel na de Reformatie in genoemd jaar 1580. De kerk was en bleef eigenaar en verhuurde het huis vaak aan twee gezinnen. De tekening laat duidelijk zien dat aan twee zijden een kamer was. Ook heeft de kerk er weduwen in laten wonen zoals in het jaar 1695. Toen woonden hier twee vrouwen: Betske Steins weduwe en Hiske Fransen weduwe. De kerk is lang eigenaar geweest namelijk tot het jaar 1818. Toen werd door de kerkenraad besloten het pand te verkopen.

Het werd verkocht als twee woningen beide met huis nummer 11, beide met één kamer en ruime zolder en beide met een stuk bleekgrond grenzend aan het kerkhof, wat de toepasselijke naam “Noorwegen” droeg. Deze “schoone huizinge en erve” stond aan het Vrijhof wat op het “plaizierigste” van het dorp Ferwerd was zo stond geschreven. De verkoopprijs bedroeg tweemaal 550 gulden.

Foto anno 2010

Nadien heeft het vele eigenaren gehad. In de negentiende eeuw is er ook lang een winkel in geweest. Antoon Willems de Jong was rond 1830 veldwachter, winkelier en beëdigd schatter (taxateur) in Ferwerd en had het hele huis in bezit.

In het jaar 1870 woonden er twee families met hun gezinnen Gerrit G. Braak die gardenier was en Geert G. de Boer, arbeider van beroep.

In de twintigste eeuw werd het nog gebruikt als dubbele woning en was aan één kant een winkel in schoenen en klompen van Jelte J. Vijver.

Deze bereisde ook de dorpen in de gemeente Ferwerderadeel met een wagen om zijn waar aan te bieden. Naast hem woonde een timmerknecht die Boersma heette. In de nacht van 28 op 29 juli 1910 brandde de huizinge af. Het was een warme zomernacht en de brand trok veel publiek. Er konden nog goederen uit het huis worden gehaald die in het Café Het Wapen van Ferwerderadeel van Doekele Steensma werden opgeslagen. De ene helft van het huis was eigendom van veearts Rienk Feddema en de andere helft van Cichoreidroger M. Broersma. Zij verkochten op 30 augustus 1910 hun beide afgebrande eigendommen aan de gezusters Dieuwke en Grietje Hoogland voor 750 gulden. De zusters zullen het nu aanwezige woonhuis hebben gebouwd.

De achtermuur bestaat uit “oude friezen” en is na de brand opnieuw opgemetseld.

Na de oorlog is het huis bewoond door de heer Tj Broersma, familie M. Swart en de familie P. Reitsma. 

Meer geschiedenis

Vrijhof

Lees verder

De Hegebuorren

Aan de Hegebuorren was in de achttiende en negentiende eeuw veel nijverheid. Het was de belangrijkste straat van het dorp. Er stonden grotere huizen dan elders in het dorp en er woonden veel ambachtslieden als wevers, wolkammers, glazenmakers, wagenmakers, scheerbazen, bakkers, kooplieden enzovoorts. Ook waren er winkels en werden huizen bewoond door commiezen, belastingontvangers, controleurs en renteniers. Daardoor was het overdag een drukte van belang. Ook stond de bierbrouwerij, die eind achttiende eeuw veranderd werd in een jeneverstokerij, midden in de Hegebuorren. Tevens stond recht tegenover het Vrijhof de vroeger zo belangrijke Herberg Het Wapen van Ferwerderadeel al in het jaar 1712 genoemd. Tegenwoordig zijn overal parkeerplaatsen voor auto’s, maar het Wapen van Ferwerderadeel was de parkeerplaats voor het verkeer van vroeger. Achter het pand was ruimte om een veertigtal paarden te stallen en later in het begin van de negentiende eeuw kon er zelfs een zeventigtal gestald worden.

Hegebuorren

Lees verder

Hogebeintumerweg 1

Kafee It Hoekje

Huisnummers in de eerste dorpsnummering: 142/143/144 
Kadastrale nummers in 1832: A 491, 492, 493

Cafe fan Paesens

Waar nu het café It Hoekje staat, stonden tot het jaar 1857 enkele arbeiderswoningen die vaak bij landbouwers in eigendom waren en verhuurd werden. Ze stonden in het verlengde van een gardeniershuizinge aan de weg naar Hogebeintum waarin vanaf het jaar 1846 de Afgescheidenen hun bijeenkomsten hielden en later de Geref. Kerk en pastorie zijn gebouwd.

Het café is in het jaar 1857 gebouwd. Op deze hoek een nieuwe herberg bouwen was een aantrekkelijke plek tegenover het toen nieuwe gemeentehuis wat in het jaar 1840 gebouwd was. Ongetwijfeld zal de verharding met grint van de weg van Leeuwarden naar Dokkum in het jaar 1852 hierbij ook van positieve invloed zijn geweest.

Hier een mooie quote uit de tekst, die wel wat extra aandacht mag verdienen. 

Dat dit belangrijk was, is ook te lezen in een advertentie in de Leeuwarder Courant van 24 september1858. Hierin werd aangeboden om provisioneel geveild te worden:

“een vorige jaar nieuw gebouwde huizinge en zeer ter nering staand logement met schuur, stalling en erf te Ferwerd aan de algemene rijdweg, Voorstraat en geprojecteerde kunstweg naar de gemeente Dantumadeel, thans in gebruik bij de eigenaar W.W. de Jong en op 12 mei 1859 vrij te aanvaarden. De finale verkoping vond plaats op 26 oktober 1858. Op 17 december 1858 staat opnieuw een advertentie in de Leeuwarder Courant: “Uit de hand te koop of voor 5 jaren te huur”

“Een zeker huizing en zeer ter nering staand logement waarin tevens een Winkel kan en thans mede wordt uitgeoefend, met schuur en stalling cum annexis aan de Voorstraat te Ferwerd en aan de geprojecteerde Kunstweg naar de gemeenten Dantumadeel en Tietjerksteradeel, in gebruik bij W.W. de Jong en te bevragen bij den eigenaar Johannes K. Kamminga te Ferwerd”. Johannes K. Kamminga was van beroep kuiper en woonde op het Vrijhof. Omdat W.W. de Jong eerder als eigenaar wordt genoemd, kan verondersteld worden dat deze mogelijk het logement gebouwd heeft in het jaar 1857.

Later werd Pieter Liepke van der Meulen logementhouder zoals een herbergier toen werd genoemd. In het jaar 1880 werd een schoonzoon van Van der Meulen logementhouder, Folkert Jacob van Paesens geheten. Hij is lang herbergier hier geweest met zijn zoon Liepke van Paesens. Na van Paesens kwam R. Nauta als logementhouder en na hem Rosier.

In de vijftiger jaren nam de heer Jan. G. Dalhuijssen de zaak over waarbij de naam het ‘Café It Hoekje’ geworden is. Later volgde de familie Scherjon hem op. Dalhuijsen en Scherjon waren als caféhouders gezien. Dalhuijsen was ook begonnen ijs te verkopen. Hij liet in de voormuur een luikje maken waardoor ook kinderen een ijsje konden kopen. Dit was echter ongeriefelijk voor hem daar op de meest ongelegen momenten door het luikje om een ijsje geroepen werd. De sluitingstijden werden later verruimd, maar die waren in de tijd van Dalhuijsen nog vroeg in de avond en daar werd streng de hand aangehouden. Zaterdagavond elf uur moest de zaak sluiten en op zondag waren de café ’s niet open. Dalhuijsen vond dit uitstekend. “Dan heb ik een dag vrij”, zo sprak hij. Lammert Vriesema was in die dagen in drukke tijden altijd ober bij de familie Dalhuijsen.

Sterke verhalen worden in een café vaak verteld en dat was toen ook het geval.

Het was in de tijd dat Ferwerd opgestuwd werd in de vaart der volken en nieuwe straatverlichting kreeg. Daarbij werden de enkele gele lampen die hier en daar in het dorp stonden of bevestigd waren aan elektriciteitspalen vervangen door series metalen lantaarnpalen met lampen die een helder licht uitstraalden. In de donkere tijden ervoor was Meindert Jansma ‘s avonds laat vanuit het café wel eens opgetreden als dirigent waarbij een aantal cafébezoekers dan als koor tegen de muur van de naastgelegen Gereformeerde Kerk stonden. Welke liederen dan gezongen werden, is niet meer te achterhalen.

Toen op een avond laat, Vriesema en Jansma het café verlieten, constateerden ze dat het wel erg licht was maar dat de schaduwen ook veel duidelijker waren dan vroeger. Ze bleven daarom voor de schaduwen staan en maakten grote passen om er over heen te stappen!

Na familie Scherjon volgden verschillende caféhouders onder andere Hiddinga, Van der Wal, Van der Heide en de Graaf. 

De dorpscoöperatie Eetcafé Ferwert is in mei 2016 opgericht en komt voort uit het initiatief van Gijs Wouters, Frans Schreiber en Rommy van den Berg. In korte tijd zijn 170 leden geworven waaronder tal van bedrijven en vrijwilligers. Met de inleg van deze leden is het café gekocht en opgeknapt. Daarna is er een nieuwe uitbater gezocht. 

De hierboven afgedrukte foto met het gevelopschrift “logement doorreed F. Paesens” is van ongeveer het jaar 1900. De foto geeft aan dat de “trochreed” nog aanwezig was. Deze is later afgebroken.

Meer geschiedenis

Hegebeintumerdyk

Lees verder

Hegebuorren 4 | nu Hoofdstraat 4

De Pastorij earder de van Aysma huzinge

Huisnummer in de eerste dorpsnummering: 140 
Kadastraal nummer in 1832: A 496 pastorie, A 497 tuin

Zoals vermeld bij Vrijhof 5 kocht in het jaar 1723 de kerkenraad van Ferwerd een andere pastorie. Deze nieuwe pastorie wordt in de kerkelijke administratie de “van Aysma huizinge genoemd”. De naam geeft aan dat in de zeventiende eeuw het huis wat hier gestaan heeft aan de Hogeburen waarschijnlijk gebouwd is door de adellijke familie van Aysma. Het was Focko Van Aysma die secretaris was van de Grietenij Ferwerderadeel in de zeventiende eeuw. Hij was gehuwd met Ymck van Jeltinga van Harsta state in Hegebeintum. Van Aysma overleed in het jaar 1651 en zijn vrouw twee jaar later. Hun grafsteen zou in de Franse tijd in veiligheid gebracht zijn op Harsta State, maar is sinds enkele jaren weer terug in Ferwert en is tegen de muur in de torenruimte geplaatst. Onder de vloer in de kerk ligt nog een grafsteen uit 1664 van Margareta van Aysma.

Vanaf 1723 hebben vele predikanten, waarvan sommigen klinkende namen hadden, hier gewoond. Ferwerd zal een aangename gemeente geweest zijn gezien de vele jaren dat predikanten hier stonden. Ds Johannes de Schiffart die intrede deed in 1723 zal de eerste geweest zijn die in de nieuwgekochte pastorie woonde. Hij bleef tot zijn overlijden in het jaar 1774.

Om nog enkele predikanten te noemen: Hij werd opgevolgd door Ds Heerco Douma die in Ferwerd predikant was van1775 tot 1811. Dan komt Ds Petrus van Assen predikant alhier van 1812 tot 1837. Vervolgens Ds Eggo Ulphard Thoden van Velzen die in 1838 als kandi- daat bevestigd werd en hier overleed in 1873. Zijn vrouw heette Wendelina Wilhelmina Bergmann en kwam van Weener in Duitsland. Hun grafstenen zijn nog op het kerkhof aanwezig. Ds Eggo Ulphard Thoden van Velzen zelf stamde uit een Oostfries predikantengeslacht.

In het jaar 1891 is de pastorie opnieuw opgebouwd. Een jaar eerder is er een aanbesteding geweest voor: “het bijna geheel afbreken en weder opbouwen der pastorie en consistoriekamer van de Ned. Hervormde gemeente te Ferwerd”. Het bijna afbreken is juist geformuleerd, want de oostelijke muur van het Lytse Lokaal bestaat uit gele steentjes en heeft grote muurankers die stammen uit de zeventiende eeuw. Deze muur is dus blijven staan.

Ds Georg Frederik August Carsten die van 1949 tot 1954 in Ferwerd stond zal de laatste predikant geweest zijn die weer in dit huis gewoond heeft. In die vijftiger jaren van de twintigste eeuw, om het jaar exact aan te geven in 1953, is weer een deel van deze in 1891 gebouwde pastorie afgebroken en is er een nieuwe predikanten woning gebouwd. De consistoriekamer is blijven staan en is “It lytse lokaal “geworden waar toeristen nu kunnen overnachten.

De pastorie wordt nu nog steeds bewoond door de huidige dominee. 

Meer geschiedenis

Hoofdstraat (Hegebuorren)

Lees verder

Hegebuorren 6 en 8 | Hoofdstraat 6 en 8

Herberch het “Wapen van Ferwerderadeel”

Huisnummer in de eerste dorpsnummering: 139
Kadastraal nummer in 1832: A 499 huis en erf, A 498 tuin

De voormalige herberg bevat nu 2 woningen in het pand Hogeburen 8. Als een huis zou kunnen spreken, zou kunnen vertellen over zichzelf, dan zou het bij dit huis uitermate veel kunnen zijn. Tweehonderd jaar is het pand herberg geweest altijd met de naam: Het Wapen van Ferwerderadeel. In de kelders vinden we bouwsegmenten uit de Middeleeuwen. Hier begon in die Middeleeuwen de Hegebuorren, het was toen het eerste huis aan de zuidkant van de straat. Het pand bestaat dus nu uit twee woonhuizen. De vroeger zo in de omgeving bekende grote bovenzaal, waar de vele publieke verkopingen plaatsvonden is in tweeën geknipt.

Het wapen van Ferwerderadeel

De voormalige herberg bevat nu 2 woningen in het pand Hogeburen 8. De families Steegstra en van der Schaaf zijn de huidige bewoners. Als een huis zou kunnen spreken, zou kunnen vertellen over zichzelf, dan zou het bij dit huis uitermate veel kunnen zijn. Tweehonderd jaar is het pand herberg geweest altijd met de naam: Het Wapen van Ferwerderadeel. In de kelders vinden we bouwsegmenten uit de Middeleeuwen. Hier begon in die Middeleeuwen de Hegebuorren, het was toen het eerste huis aan de zuidkant van de straat. Het pand bestaat dus nu uit twee woonhuizen. De vroeger zo in de omgeving bekende grote bovenzaal, waar de vele publieke verkopingen plaatsvonden is in tweeën geknipt.

Bij tweehonderd jaar oude instituten zijn er altijd positieve en negatieve herinneringen.

Kasteleins die te goeder naam en faam bekend stonden waren bijvoorbeeld aan het einde van de negentiende eeuw, vader en zoon Terpstra en Anne Sytzes Wierda. Hij was zeer succesvol aan het begin van de negentiende eeuw. Echter bij de opvolger van Wierda, Elias P. Sikkema uit Bergum liep het niet goed en het “Het Wapen van Ferwerderadeel” moest vier jaar na aankoop in het jaar 1832 executoriaal verkocht worden waarbij de opbrengst meer dan de helft lager was dan waarvoor Sikkema de herberg had gekocht.

In de kelder zijn bouwsegementen uit de Middeleeuwen te vinden. Het was het eerste huis aan de zuikant van de straat. 

Zoals hier links vermeld konden in het jaar 1868 er een twintigtal paarden gestald worden Eerder in de negentiende eeuw waren dat er echter meer. De herberg werd immers veel bezocht door landbouwers die in hun rijtuigen naar het dorp kwamen om zaken met de timmerman, smid of wagenmaker te regelen. Bij deze herberg werden dan hun paarden en rijtuigen gestald en kocht men een “slokje”. Achter waren toen stallen aanwezig voor zeventig paarden. Vandaar ook de nu nog aanwezige bordjes aan de zijkant van de herberg met het verzoek “stapvoets rijden”. Boven in de grote zaal vonden vroeger veelvuldig publieke verkopingen van land en huizen plaats onder het beheer van een notaris en deurwaarder.

De publieke belangstelling bij deze verkopen was altijd groot en zal het toen ook achter in de stallen druk geweest zijn. Zeer veel volk was in Ferwerd op de been, op de tweede woensdag in de maand mei wanneer de Ferwerder koe- en paardenmarkt gehouden werd, die meestal gecombineerd werd met een harddraverij waarvoor, door de kastelein van Het Wapen vaak een zilveren zweep of zilveren tabaksdoos beschikbaar gesteld werd.

In het midden van de negentiende eeuw was naast het herberggebeuren, ook een bakkerij in het pand gevestigd. In 1842 bood de eigenaar Lammert Annes Bakker het gebouw aan met daarin een “neringrijke herberg Het Wapen van Ferwerderadeel benevens een goed beklante broodbakkerij”.

In die tijd werden beide ook wel verhuurd voor de termijn van vijf jaren.

Anne Sytses Wierda

Een andere bekende herbergier was zoals hierboven vermeld, Anne Sytses Wierda die in het begin van de negentiende eeuw hier “een zeer goed lopende affaire” had. Wierda had ook een hengstenhouderij in de stallen achter de herberg.

Hij adverteerde als volgt in de Leeuwarder Courant op 14 maart 1801:

“NB De castelein A.S. Wierda te Ferwerd maakt aan een ieder bekend dat hy houdt twee jonge dekhingsten, een zwarte met een bruine volgens de publicatie daar van en houdt zig gerecommendeerd in een ieders gunst”.

Hij verkocht in 1828 de herberg met zes kamers, een kelder, een wasch en mangelhuis, een wagenhuis met stalling voor zeventig paarden voor het toen kapitale bedrag van 6501 gulden.

Koper was Elias P. Sikkema van Bergum. Enkele jaren later probeerde Sikkema de Herberg weer te verkopen maar het toen gegeven bod van ruim 4000 gulden vond hij te laag en accepteerde het niet. Uiteindelijk volgde een executoriale verkoop door de procureur S.B. Stienstra op 28 juli, 11 augustus en 20 augustus 1832 ten laste van Rinse Hendriks Brouwer, tapper en winkelier in Bergum. De toen bekende strijkgeldschrijver Aise Kupers bood op de eerste veiling 2350 gulden maar op de laatste veiling kocht een broer van Elias Sikkema, Pieter Sikkema geheten, het pand voor 2855 gulden. De waarde was dus toen maar ruim 40 procent van het bedrag wat er vier jaar geleden door Elias Sikkema voor betaald was. Maar er kan ook een spel gespeeld zijn in het opzicht dat er verband bestond tussen de verkoopprijs en het bedrag wat Brouwer van Sikkema te vorderen had. De Sikkema’s bleven eerst herbergier maar hebben de zaak later verkocht aan bovengenoemde Lammerts Annes Bakker. Sikkema woonde later aan de Wide Stege en was toen koopman van beroep.

Geale Sytses en Trijntje Goffes

Voordat genoemde Anne Sytzes Wierda kastelein was, was lange tijd Trijntje Goffes casteleinske, zoals zij toen genoemd werd, in Het Wapen.

Wierda had de herberg van haar gekocht in 1799 toen zij enkele huizen verderop een winkel begon en winkeliersche werd en zij de herberg verkocht die als volgt omschreven werd: “voor weinige jaren vertimmerd, zeer neringrijk, grote bovenkamer, twee onderkamers, keukens, zeer plaisirig balcon, ruime paardestallen voor veertig paarden, schuur en agtererve met boomen en plantagie”.

Trijntje Goffes was de weduwe van Geale Sytses die daarvoor vele jaren herbergier geweest was. Toen in het jaar 1770 op 16 en 17 mei een belangrijk boelgoed te Ferwerd gehouden werd ten sterfhuize van wijlen de heer Grietman van Knijff, plaatste de kastelein Geale Sytses van Het Wapen van Ferwerderadeel een advertentie in de Leeuwarder Courant: “presenteert zyn dienst aan alle Heeren en Kooplieden, de kastelein Geale Sytses, om goed logement te geven voor een civile prys, recommandeert zig in een yders gunst”.

Toen dus had Het Wapen al een hotelfunctie. Tot nu toe is het eerste bericht waarin de naam Het Wapen van Ferwerderadeel voorkomt uit het jaar 1712. De herberg werd toen verkocht. Op 23 januari 1712 heeft Ate Anes voor het bedrag van 2585 caroliguldens de herberg Het Wapen van Ferwerderadeel gekocht van Freerk Rinses.

Het pand werd in 1832 verkocht voor 2855 gulden. 

IJsbrand en Tjibbe Terpstra

Om met de Terpstra’s te beginnen, zij kwamen in Ferwerd vanuit Stiens. IJsbrand Terpstra was daar herbergier en kocht Het Wapen van Ferwerderadeel in het jaar 1868. De herberg bestond toen uit een voorkamer, kelderkamer, bovenzaal, kelder. Stalling voor twintig paarden en twee regenwaterbakken met pomp. In 1870 woonde IJsbrand Terpstra er met zijn vrouw en acht kinderen. Tevens had Burgemeester J.J. Cannegieter er een kamer. Ook waren er vier woningen in het pand gesitueerd met nummers 139a t/m 139d waarvan één als winkel was ingericht. Deze woningen zullen alle éénkamerwoningen zijn geweest.

Tjibbe Terpstra, zoon en opvolger van kastelein Ysbrand Terpstra, wist de herberg bekendheid te geven door zijn schilder- en biljartkunst. Deze herbergier had een breiend meisje levensgroot op een schilderij bij de ingang geschilderd dat zo levensecht leek dat onbekenden bij binnenkomst haar goedemorgen wensten. Ook schilderde hij muntstukken op de dienbladen waarbij sommige herbergbezoekers dachten dat ze echt waren. Tevens was hij de biljartkunst zeer goed machtig en liet in de Leeuwarder Courant van 1 juli 1892 de volgende advertentie plaatsen:

“Ondergetekende logementhouder te Ferwerd, verklaart dat de heer Zandstra, biljartfabrikant te Leeuwarden bij hem heeft geplaatst: een biljart met glazen blad en Amerikaanse banden en een Carambole biljart met dito banden. Hij geeft gaarne hierbij de verklaring dat beide biljarts geheel voldoen aan de eischen des tijds en geeft genoemden fabrikant bij deze de volle vrijheid van deze verklaring gebruik te maken op een wijze zoals het hem het best voorkomt.

Terpstra IJzn.

Terpstra droeg in het jaar 1904 de herberg over aan Doekele Steensma en werd biljart-leraar in Leeuwarden en later in Den Haag. Daar gaf hij biljartles aan vele prominenten en werd zeer bekend. In het jaar 1927 had hij al 129 prijzen gewonnen en had 12 medailles in bezit, waarvan twee voor het “meesterschap van Nederland”.

De herbergactiviteiten zijn opgehouden rond 1920 toen door concurrentie de klandizie afnam en de toenmalige eigenaar/kastelein D. Steensma ook de kost verdiende als timmerman. Omdat het een groot pand is, is na het beëindigen van de herbergactiviteiten het gebouw in tweeën verdeeld door Steensma  In de ene helft woonde hijzelf en had er zijn timmerwinkel en de andere helft werd eerst verhuurd en later verkocht als woonhuis.

Meer geschiedenis

Hoofdstraat (Hegebuorren)

Lees verder

Hegebuorren 12

It Folkertsmahûs

Huisnummer in de eerste dorpsnummering: 138
Kadastraal nummer in 1832: A 500 huis en erf

Foto van Hoofdstraat 12 anno 2022

In het jaar 1698 woonde hier de toen in Ferwerd zeer bekende kleermaker en lakenkoper Ype Philippus. Later woonde zijn zoon Philippus Ypes in het pand. In 1748 woonde hij er nog en wordt hij een “welbegoedigt koopman” genoemd.

In de tweede helft van de achttiende eeuw is Tjitske Fransen Papma eigenaresse van het pand. Zij was gehuwd met de winkelier Otte Meinderts die met zijn zwager Johannes Fransen Papma meerdere panden bezat in het dorp. Hij bezat ook het naastgelegen huis nummer 137. De zoon van Otte Meinderts, Frans Ottes geheten is hem opgevolgd en is een bakkerij begonnen in het pand.

Het geboortehuis van Eeltsje Botes Folkertsma. 

Bij de naamsaanneming in het jaar 1811 koos Frans Ottes de naam Leo als achternaam. Vervolgens verhuurde men het huis een tijdje aan de Doopsgezinde heel- en vroedmeester Sijbrand Petrus Martens. Later werd deze eigenaar. Vervolgens werd het weer een winkel. Bote Folkertsma, getrouwd met Meiltje van Dijk nam rond 1890 van zijn schoonvader Cornelis J. van Dijk de kruidenierswinkel op de Nieuwe buren over maar gaf de voorkeur eraan naar dit pand te verhuizen, want dit was een betere verkoopplek dan op de Nieuweburen. De Folkertsma familie, eerst Johannes B. Folkertsma en later Bote J. Folkertsma heeft de winkel in bedrijf gehad tot ongeveer 1970. De winkel werd toen overgenomen door Harm Zuidema die eerst kruidenierswaren bleef verkopen, maar later overging op woninginrichting en vele jaren voor het dorp Ferwerd en omgeving woningen heeft gestoffeerd. Tegenwoordig is de schoonheidssalon “La Blitha “er gevestigd.

Er dient nog vermeld te worden dat in dit huis op 13 oktober 1893 de letterkundige en Frisiast Eeltsje Botes Folkertsma is geboren. Hij was eerst onderwijzer en werd later redacteur van het Friesch Dagblad. Tevens was hij leider van het Kristlyk Frysk Selskip en was redacteur van drie Frysktalige bladen, “Yn ús eigen tael” ,”De stim fan Fryslân” en “de Tsjerne”. Hij vertaalde de Heidelbergse Catechismus in het Fries en had ook een belangrijk aandeel in de Friese Bijbelvertaling. Hij was als literator één van Frieslands belangrijkste essayisten. Hij schreef kritieken, taalkundige fragmenten, essays, romanfragmenten en gedichten alles in de Friese taal. Hij is overleden op 1 januari 1968.

In zijn bundel “Toer en Tsjerke” (1934) schreef hij een prachtig stukje proza over de toren van Ferwert:

“Sjoch ús toer dêr stean, sterk en swier tsjin it Noarden, heech boppe alle dingen. In stoere hoeder is er, weitsjend oer syn folk en bern en ek foar syn deaden hat er in sté, dêr ’t hja rêste meie under it gerûs fan ‘e winen. Ieuwen lang is it libben under him troch tein, slachte oan slachte binne út it warbere wurk nei syn rêst werom keard en hy moat folle leed en leafde sjoen hawwe yn de wenten en yn de herten, sa wemoedich mimert er troch de bomgatten nei bûten en sa drôf en earnstich let er, as men de ferstoarnen under syn noed jowt om bewarre te wirden foar de ienichste dei”.

Meer geschiedenis

Hoofdstraat (Hegebuorren)

Lees verder