Het verhaal van Gerke over zijn tijd in Ferwert:

Elf jaar en als tweede uit een gezin van 6 kwam ik als Harrekiet (dus wâldpiek) om als kleikluut te wonen in de Foswerterstraat nr 3. Heit werd koster van de gereformeerde kerk en beheerder van d’Antenne. Dat hield gelijk in dat Mem en alle kinderen volop mee moesten helpen in de bediening en de kerk schoonmaken. In de vijfde klas, onder de hoede van meester Jelle de Vries, leerde ik nieuwe vrienden kennen en groeide op met veel voetbal, kaatsen, schaatsen, eieren zoeken, “hofke sjonge”, hutten bouwen enz..

Na de lagere school naar de Mavo in Ferwert met nog dependances in Marrum (landbouw en LHNO) om vervolgens naar de MTS in Leeuwarden te gaan. Daarna 22 jaar bij de Luchtmacht gewerkt als beroepsmilitair en nu alweer negen jaar bij Ekwadraat, een advieskantoor voor energiebesparing, duurzame energieproductie en innovaties.
In Ferwert was ik veel betrokken bij het verenigingsleven. Zo was ik op 15 jarige leeftijd al bestuurslid van kaatsverening KV Foswert en heb ik vele jaren de jeugd kaatstraining gegeven en was ik enkele jaren jeugdtrainer bij Wardy. Daarnaast ben ik jaren lang actief voetballer en kaatser in Ferwert geweest.
Op 14 jarige leeftijd was ik mede oprichter van een bandje “Trying Four”, later de top 40 band “Freeway”.
Vanaf mijn 15de was ik als barhulpje werkzaam in Stap der ris Yn, dat van 1992 tot 1996 “onze” kroeg was. Na een tijdje “uit” Freeway te zijn geweest, opnieuw “in gestapt” om er vervolgens in 2005 echt mee te stoppen. Inmiddels hadden alle Draaistra ‘s Ferwert alweer verlaten en is de enige connectie nog een ontmoeting met een aantal oude vrienden en bekenden, zo nu en dan een reünie van de lagere school en via voetballen van onze zoon.
Inmiddels woon ik nu al bijna 26 jaar in Stiens, nog steeds getrouwd met mijn lieve vrouw Jetty en drie kinderen waarvan de oudste a weer is “uitgevlogen”. De tiid hâld gjn skoft!!
Zo, dat is een opsomming van mijn binding met Ferwert, een mooie tijd waar ik met veel plezier op terugkijk. Ontzettend veel beleefd en meegemaakt, eigenlijk kan ik daar wel een boek over schrijven. Laat ik me maar beperken tot een aantal anekdotes (in chronologische volgorde). Ik zal bewust maar geen namen noemen, diegenen die erbij zijn geweest zullen het zich vast wel herinneren. 

Het eerste “beeld van de waldpieken” zal grif zijn dat mijn broer achter mij aan zat omdat ik weer zijn laarzen aan had, die weer nodig waren om mee te voetballen. Elke middag na (lagere)schooltijd verzamelden de jongens zich op het voetbaldveld, bij ons naast de deur. We mochten mee doen, geweldig! Het feit dat mijn broer op zijn eigen laarzen wilde voetballen resulteerde dat we het eerste kwartier alleen maar achter elkaar aan hebben gezeten, al slalommend onder de hekwerken door, aanschouwd door de kersverse voetbalvrienden, die waarschijnlijk niet snapten waar wij ons druk over maakten, maar zich hierom niet minder vermaakten.
In dezelfde tijd was het ’s winters ook vaak “skoske sette” op de vijver voor de school.
Niet altijd een goede timing vlak voor schooltijd. Zeker niet wanneer iemand door het ijs dreigde te zakken, om deze reden zijn voorbuurman vastpakte, die op zijn beurt ook zijn voorbuurman weer vastpakte. Het resultaat was dat ze met z’n drieën geleidelijk naar beneden gingen en voor schooltijd nog schone kleren konden halen.
Met de D-pupillen wisten we de finale van het toernooi van de Noard Fryske beker te behalen. Eerlijk gezegd weet ik niet meer of we nu eerste of tweede zijn geworden, wat me bij bleef is dat we met 13 man in een Simca van de trainer pasten!
Het gappen van nog lang niet rijpe appeltjes, peertjes of pruimen heette “hofke sjonge”.
De tuin van de hervormde dominee, en een paar adressen aan de Marrumerweg waren dankbare oorden om deze spannende activiteit uit te voeren. Meestal ging het goed, soms ook niet. Maar dat de eigenaar achter ons aan kwam, hij iemand over het hoofd zag die niks in de gaten had en nog rustig stond te plukken tot het moment dat de appeleigenaar hem voorbij liep, het vervolgens op een lopen zette en daarbij de appeleigenaar in zijn eigen tuin inhaalde om vervolgens met een formidabele sprong over de schutting te springen om zich weer in veiligheid te stellen.
Geen idee wat de appeleigenaar heeft gedacht toen dit gebeurde: dapper!..... of dom? 
Belletje drukken of ruitje tikken, ook van die bezigheden die erg geïrriteerde huiseigenaren opleverde. Soms leidde dit ook wel eens tot een draai om de oren. De ergste keer was nog wel dat stoerheid leidde tot belletje drukken bij de lokale politieagent. Met een groep van 10 man, die per honderd meter slonk tot dat ik uiteindelijk alleen voor de deur stond. Op het moment van drukken werd de deur opengerukt en stond daar een boze politieagent. Ik schrok zo erg dat ik de rozenstruiken in vluchtte. Waarschijnlijk had ik de rest ingehaald voordat we weer bij ’t Hoekje waren, alwaar ik mijn “vrienden” al lachend uit de telefooncel zag komen. Leuk hoor, “pas op er komt een belletjedrukker aan”, van je vrienden moet je het maar hebben. 

Een klein sprongetje naar de start van mijn muzikale “carrière”, niet ouder dan 13, 14 startten we met live-music met de Trying Four. Met (door een geweldige hobbyist techneut) eigen gemaakte boxen, versterkers en weet ik allemaal nog meer begonnen we “echt” muziek te maken in plaats van playbacken op een talentenjacht. De 2e prijs gaf ons de moed om door te gaan, een eerste optreden tijdens het Ferwerter Feest bij een bijeenkomst van de oudjes en de volgende dag in de kroeg. Niet al te goede voorbereiding, een te klein repertoire en verkeerd zanggebruik leidde tot het zoekraken van de stem en uiteindelijk bleef het bij “trying”. Vlot daarna maakten 2 van ons een nieuwe start met Freeway. Uiteindelijk heb ik vele jaren deel uit gemaakt van deze band, met komen en gaan van bandleden en veel mooie dingen beleefd. Op zich ook al een boek vol ervaringen. Hierbij slechts drie. Eén van onze eerste optredens was op een feestavond bij de Wifo. ’s Ochtends vroeg al in de benen, want hier mocht niks mis gaan. Techniek, geluid, licht, nog even soundchecken en om 20.00 uur stonden we klaar om te starten…. Echter ontbraken de feestvarkens en het publiek. Om 22.00 uur kwamen de eerste en de laatste feestvarkens kwamen rond middernacht. Uiteindelijk hebben we ons repertoire drie keer gespeeld, extra vaak een laatste couplet en tenslotte om 05.30 uur doodop naar huis.
Als zonen en dochters van de koster betekende het dat je elke zondagochtend in de kerkbanken zat, zo ook deze ochtend. Tijdens het ontbijt werd er belangstellend naar het optreden gevraagd om te eindigen met de vraag: hoe laat was je thuis? Het antwoord was dat ik niet precies wist hoe laat het was, maar wat me wel opviel was dat iemand het licht had laten branden in het kippenhok. Waarop mijn vader antwoorde dat ik later dan half zes thuis was, want daar stond de tijdklok op afgesteld van het lichtknopje……
Een onvergetelijk optreden was tijdens het Ferwerter Feest waar we in één weekend op het programma stonden met de one and only George Baker Selection. Mooi om te zien dat zoveel bekenden helemaal uit hun dak gingen doordat dorpsgenoten wat muziek maakten. “Handen wil ik zien” en hup een tent vol handen, waaronder de handen van mijn lieftallige broers en zussen. Dat vond ik een gek moment. Thuis vroeg ik ook wel eens wat maar dan reageerden ze veel minder enthousiast.
Het laatste gebeuren was na een vermoeiend optreden in de Gouden Leeuw, Zuidlaren. We waren al bijna bij Drachten toen een dikke blauwe mug, die de hele rit al irritant was, langzaam van beneden naar boven kroop op het voorraam. Op het moment dat ik dacht “nu heb ik je” plette ik hem met mijn hand iets te enthousiast. Het gevolg: de resterende kilometers rijden met een ster en 2 grote barsten in het voorraam…


Tenslotte een paar verhalen uit onze “Stap der ris Yn” periode. De uitdaging zat in een kroeg die jarenlang niet meer de gewenste “dorpskroeg” was, zodatgerke2 ouders de opgroeiende pubers met een gerust hart op een vrijdag- of zaterdagavond in Ferwert los konden laten.

Ook met geweldige “gasten” nieuwe toiletten en een nieuwe bar gemaakt. Als dank hiervoor hebben we menig uurtje na het “rode signaal van het verkeerslicht” in de keuken doorgebracht met elkaar. Wat ik reken tot één van de mooiste momenten van het kroegbaas zijn. Het eerste wapenfeit was die verschrikkelijke wandspiegel eruit. Als je na een week hard werken even stoom wilde afblazen door een biertje te drinken bij ons kon ik me niet voorstellen dat het leuk was om je eigen ik steeds in de spiegel te zien.

In de ruim drie jaar dat we de kroeg hebben gehad hebben we gelukkig weinig gesodemieter gehad. Eén keer dwong een situatie mij in te grijpen. Om zo snel mogelijk bij de kemphanen te komen sprong ik over de tap heen (ja, dat lukte toen nog wel) om beide heren uit elkaar te halen.
Een week later ontstond er weer onenigheid tussen twee jongens die altijd goed met elkaar omgingen. Ik begreep dat dan ook niet, dacht dat het wel zou meevallen, riep al een paar keer dat ze normaal moesten doen, maar het ging van kwaad tot erger tot zelfs de één de ander een echte muilpeer verkocht. Wederom dwong dit mij om over de tap te springen en toen bleek dat het daar allemaal om ging. Beide heren vertelden lachend dat ze dat wel leuk vonden en het nog een keertje wilden zien. Het heeft een tijdje geduurd voordat ik er om kon lachen…..

Veel mooie feesten gehad, o.a. met Pig Meat, Piter Wilkens, Jaap Louwes, bruiloften, etentjes etc. Veel mensen in een kleine ruimte, zwetend, hossend, … onvergetelijk. Maar ook de rustige momenten met één op één gesprekken waren zeer waardevol.
Een bordje aan de muur met: “als er wordt gebeld en ik moet antwoorden 1) zou net weg gaan (1 gulden), is net weg (2 gulden), heb ik hier niet gezien (5 gulden)” hebben we een paar keer in rekening moeten brengen.
Een weddenschap of iemand 20 kroketten met pinda op kon is gewonnen door de kroketten-eter, echter niet zonder tussentijds een bezoekje aan het toilet te hebben gebracht.
En tenslotte een excuus: wanneer er rond half zes iemand met patat en een frikandel door de zaak liep en vroeg wie dat had besteld was dat vaak opzet om de geur te verspreiden om daarmee de klanten te verleiden tot het bestellen van deze lekkernijen.
Kortom een geweldige tijd die we nooit zullen vergeten.

gerke1

Hoe gaat het nu met …..
Daar kan ik gerust op antwoorden: het gaat goed!
Zaken die er echt toe doen zoals gezondheid en plezier in het doen en laten, zijn ons goed gezind.
Zowel ouders als schoonouders leven nog en gezien hun leeftijd in goede gezondheid. Zo ook de kinderen. Onze dochter Bea (geboren in onze Stap der ris Yn periode)is 23 jaar en woont inmiddels samen met Hans in St Annaparochie. Ze is bijna klaar met haar HBO-V opleiding. Inge (17 jr) is dit schooljaar gestart met de “Pabo” op Stenden en heeft ook al langer dan een jaar verkering. Menno (14 jr) zit in het derde jaar in St Anna op school en vermaakt zich prima met voetbal, playstation en gamen. We wonen nog steeds zeer plezierig in ons eerste aangekochte huis in Stiens.
Jetty is gastouder en past op kinderen tussen de 0 en 4 jaar. En ik heb mijn “roeping” gevonden in de duurzame energie. Ik ben er van overtuigd dat het slechts een kwestie van tijd is dat we allemaal overgaan op “gratis” energie. Over 15 jaar koop je een huis met een “eigen” energievoorziening. Denk hierbij bijvoorbeeld aan: dat jouw auto de batterij wordt voor de energievraag ’s avonds in je huis. Klinkt misschien wat “ver weg” maar het is dichterbij dan je denkt. Technisch is er al erg veel mogelijk, we moeten alleen opboksen tegen ontzettend goedkope fossiele energie. Maar ook dat gaat binnenkort wel veranderen, gelooft u mij!
Alle lezers, een groet vanuit Stiens en wellicht tot ziens. Het ga jullie goed!

Groet Gerke