Op 1 april 2016 heeft burgemeester W. van den Berg van de gemeente Ferwerderadiel een bord onthuld dat is geplaatst op het huis Vrijhof 4. Naast informatie over pastorie en stinshuis staat ook een pijl op het bord wat verwijst naar

Rigt Wiersma, Johannes van Dijk en Burgemeester van den Berg
de grafgedichten die rond het kerkhof zijn geplaatst op de “wandeling “, het schelpenpad ! Na deze onthulling zijn door verschillende aanwezigen o.a. Pyt Nauta een woordje gesproken en zijn ook gedichten voorgelezen.

Piet Reitsma leest een gedicht voor .

Frans Regnerus leest een gedicht voor.
In totaal zijn 29 grafgedichten rond het kerkhof geplaatst. De oudste is uit het jaar 1700 en de jongste uit het jaar 1890. De gedichten zijn afkomstig van grafstenen uit verschillende dorpen in Ferwerderadiel en door de schrijver dezes verzameld.
Ook zijn uit de negentiende eeuw langere gedichten of rijmwerken bekend die geschreven zijn bij ongevallen. In deze gedichten werd de dramatiek hoog opgevoerd. B.v. toen op 29 januari 1841 de 29 jarige AEde Lieuwes Holwerda uit Marrum om het leven kwam doordat de aardappelhoop waarvan hij dacht dat de wanden nog bevroren waren, instortte en hij beklemd raakte en niet onder de kleilaag vandaan kon komen. Hierop werd een lang rijmwerk van meer dan 60 regels geschreven waarvan de laatste regels luidden : Schoon hij is jong en sterk/ hij kan zich niet verzetten/ de kolom is te zwaar/ en gaat hem zo verpletten/ met aarde was de man/ van boven gans omgeven/ en in een oogenblik/ een einde maakt aan ’t leven! Of het overlijden van landbouwer Reinder Pieters de Boer, een vooraanstaand man in de Ferwerter dorpsgemeenschap die de Oudejaarsavond van 1855 doorgebracht had bij kastelein Lijklama en bij het naar huis gaan in een sloot geraakte en overleed. Hierop werd ook een lang treurgedicht geschreven door Klaas Symens Hoornstra gebaseerd op Marcus 13 vers 33: “Ziet toe waakt en bidt. Want gij weet niet wanneer het de tijd is “. Vers 37 “Opdat Hij niet onvoorziens kome en U slapende vinde, en hetgeen Ik U zeg, zeg ik allen: waakt!” Hoornstra heeft het gedicht voor eigen rekening laten drukken en zal ongetwijfeld langs de deuren gegaan zijn om het voor te lezen, wat toen de gewoonte was en waarvoor een paar centen of een stuiver werd betaald.. De eerste vier regels luidden als volgt : O droevig ongeval in dit Nieuwjaar vernomen/ Dat Reinder Pieters was in ’t water omgekomen/ verdronken is hij niet daar ’t raakte tot de dij/ van boven was hij droog en van het water vrij!
De grafgedichten waren veel korter en bestonden vaak maar uit vier regels hoewel er ook met meer regels zijn.
Enkele voorbeelden :

Reeds in de zeventiende en achttiende eeuw komen grafgedichten in heel Friesland voor. Een mooi voorbeeld daarvan uit Ferwert is nog van: “den eerbaren discreten Gepke Gerbens in leeven huisfrou van Jacob Cornelis out in ‘t 32 ste jaer” overleden op 5 april 1706 :
Al legh ick hier in ’t graf sonder geclagh
Tot aen de iongsten dagh
Ick hoepe de heer sal het graf ontdecken
En my ter eeuwige freugde verwecken.
Ferwert Johannes van Dijk april 2016
Bronnen: Ferwert Ferah 1990 Johannes van Dijk, Grafopschriften in Tresoar Leeuwarden .Het laatste genoemde grafopschrift ontving ik van Hessel de Walle Groningen.
{loadposition sharethis}