Oorlogsmonument Ferwert

As ’t nedich is

Het verzets- en oorlogsmonument ‘As ’t nedich is’ in Ferwert, is een beeld van een staande mannenfiguur, uitgevoerd in Franse kalksteen. Het beeld is geplaatst op een zuil van gele handvorm baksteen. Op de zuil is een bronzen gedenkplaat bevestigd met de namen van de oorlogsslachtoffers uit de voormalige gemeente Ferwerderadeel.

Symboliek:
Het monument moet het verzet in de jaren 1940-1945 tot uitdrukking brengen. Dit verzet is gesymboliseerd in een krachtige mannenfiguur, die het karakter van deze streek draagt. Aan de ene kant, enigszins terughoudend, heeft de man een schop in de hand, anderzijds wordt een geweer omklemd met de vastberaden houding van een persoon, die niet aarzelt er zijn vrijheid mee te verdedigen.

De onthulling heeft plaats gevonden op 4 mei 1956 door de heer G.W.H. Esselink, burgemeester van Ferwerderadeel en de heer A. Hellema, voorzitter van de Commissie Gedenkteken 1940-1945  Ferwerderadeel.

Ontwerper: Jan van Luyn, beeldend kunstenaar.
Jan van Luyn is op 23 mei 1916 in Utrecht geboren. Hij volgde een opleiding aan de kunstnijverheidsschool in Utrecht en daarna aan de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam. Hij wordt beeldhouwer en monumentaal kunstenaar genoemd. Van Luyn was actief in het verzet en moest in het laatste half jaar van de oorlog zelf ook onderduiken.

Zijn eerste grote opdracht was het monument voor de Binnenlandse Strijdkrachten in Utrecht, dat in 1947 door prins Bernhard werd onthuld. Er volgden meerdere oorlogsmonumenten, o.a. het verzetsmonument op het Vrijhof in Ferwert. Jan van Luyn is in 1995 overleden.

OORLOGSSLACHTOFFERS


Johannes Wildeboer is geboren op 12 september 1908 in Eindhoven. Tijdens de bezetting is hij hoofd van de Christelijke ULO in Ferwert en lid van de Landelijke Organisatie voor hulp aan Onderduikers (LO). Daarnaast heeft hij een groot aandeel in allerlei facetten van het illegale werk. Wildeboer wordt op 19 november 1943 door verraad gearresteerd. Na een lange periode van eenzame opsluiting in het Huis van Bewaring in Leeuwarden wordt hij overgebracht naar Kamp Vught. In september 1944 wordt Kamp Vught ontruimd, de vrouwen worden naar Ravensbrück gedeporteerd en de mannen naar Sachsenhausen. Wildeboer wordt geplaatst in Kamp Oraniënburg, een buitenkamp van Sachsenhausen. Na een periode van mishandelijng, kwelling en ellende wordt hij ziek en naar concentratiekamp Neuengamme gebracht, waar hij op 19 december 1944, volgens de sterbeurkunde, overlijdt aan een darminfectie, maar die vermelding staat in veel aktes van overlijden. Meestal is mishandeling, uitputting en honger de doodsoorzaak. In Ferwert is een straat naar Wildeboer vernoemd.

Johannes Wildeboer was 36 jaar oud.


Sybren Jan Boersma is geboren op 5 augustus 1920 in Hallum. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is hij lid van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS). Voor hun laatste opdracht zijn de leden van de NBS bij elkaar gekomen in gebouw ’t Anker in de Burmaniastraat te Ferwerd. Er wordt besloten vooraf een groepsfoto te maken. Tijdens het opstellen gaat er per ongeluk een vuurwapen af waardoor Sybren ernstig wordt verwond. Door zijn lidmaatschap van het verzet valt hij onder het militair gezag en hij wordt via diverse Canadese veldlazaretten naar het militair hospitaal in Nijmegen gebracht. Daar wordt hij door Canadese legerartsen behandeld en tenslotte doorverwezen naar het Canisiusziekenhuis in Nijmegen. Zijn toestand is dermate ernstig dat hij op 21 juli 1945 overlijdt. Hij wordt begraven op de N.H. begraafplaats in Hallum.
Sybren Boersma was 24 jaar oud.


Gerardus Willem Hendrik Esselink, zoon van de burgemeester van Ferwerderadeel, is geboren op 27 februari 1921 in Adorp (Groningen). Zijn illegale werk bestaat uit het verspreiden van het illegale blad Vrij Nederland en het vervalsen en verstrekken van persoonsbewijzen. De Duitsers komen hem op het spoor en hij duikt onder in de Haarlemmermeer. Op 28 juni 1944 wordt hij in de trein bij Arnhem gearresteerd en naar Kamp Amersfoort vervoerd. Daarna wordt hij op transport gesteld naar Kamp Meppen-Versen, een buitenkamp van Neuengamme. Op 24 maart 1945 ontvangt mevrouw Esselink het bericht dat haar zoon op 26 december 1944, als gevolg van ziekte en uitputting is overleden en in Versen is begraven. Haar man krijgt het trieste bericht op zijn onderduikadres. Gerard wordt herbegraven op het Ereveld Loenen.
Gerard Esselink was 23 jaar oud.


Joeke Andrae is geboren op 18 maart 1919 in Ferwerd. De landarbeider woont bij zijn ouders aan de zeedijk onder Ferwerd. Op 11 december 1943 crasht er een Amerikaanse B-17 bommenwerper op de kust van Ferwerd. Joeke en onderduiker Leen de Baas vinden in de grotendeels uitgebrande bommenwerper wapens en nemen die mee naar huis. Ze worden verraden en bij de huiszoeking vinden de Duitsers op de zolder van een schuur en onder balen stro verborgen een vliegtuigkanon met munitie, 1 jachtgeweer, een klein kaliber buks en 2 vliegtuigradio-apparaten. Vader Jan Andrae, zoon Joeke en onderduiker Leen worden gearresteerd en weggevoerd. Jan Andrae wordt een paar dagen later vrijgelaten. Leen de Baas wordt op transport gesteld naar een kamp in Duitsland, maar hij overleeft de oorlog. Volgens het Polizeistandgericht in Utrecht heeft Joeke Andrae ‘zich de wapens toegeëigend teneinde deze te zijner tijd tegen de Duitse bezettende macht te gebruiken’.
Hij wordt ter dood veroordeeld en op 26 mei 1944 in Fort De Bilt te Utrecht gefusilleerd.
Joeke Andrae was 25 jaar oud.


Albertus Roelof Gerritsen is geboren op 28 juni 1918 in Hallum. Hij is, evenals zijn vader, metaalbewerker bij de firma F.K. Oreel te Hallum. Oreel wordt op een gegeven ogenblik door de bezetter verplicht twee metaalbewerkers te leveren om in de Duitse oorlogsindustrie te werken. Bertus is vrijgezel en om te voorkomen dat een van zijn getrouwde collega’s wordt aangewezen besluit hij naar Duitsland te gaan. Hij wordt eerst naar het Arbeitserziehungslager in Spergau gebracht en later naar Lager Schkopau, waar hij als dwangarbeider in de chemische fabrieken van de Buna Werke te werk wordt gesteld. Op 3 april 1945 wordt Bertus opgenomen in het ziekenhuis van Merseburg. Hij lijdt aan pleuritis en zijn toestand is zo slecht dat de artsen niets meer voor hem kunnen doen. Hij overlijdt op 30 april 1945 in Merseburg. Er is geen aanwijsbaar graf van hem.
Bertus Gerritsen was 26 jaar oud.


Jacob Hofman is geboren op 11 mei 1924 in Hallum. De landarbeider woont bij zijn ouders in Vijfhuizen, een buurtschap onder Hallum. Op 23 oktober 1943 worden tijdens een dansavond in de boerderij van Pier Jippes te Hallumerhoek 29 jongemannen gearresteerd. De meeste jongens worden na verloop van tijd vrijgelaten, maar Jacob wordt naar Kamp Amersfoort gebracht. Hij wordt ingezet bij de aanleg van vliegveld Soesterberg. Op 8 maart 1944 is hij daar aan het werk, terwijl geallieerde bommenwerpers het vliegveld bombarderen. Hij wordt geraakt door diverse bomscherven. Zwaar gewond wordt hij naar het Sint Elizabeth-ziekenhuis in Amersfoort gebracht. Jacob bezwijkt nog dezelfde dag aan zijn verwondingen.
Hij wordt begraven op de N.H. begraafplaats in Hallum.
Jacob Hofman was 19 jaar oud.


Theunis Looijenga is geboren op 13 augustus 1916 in Marrum. Tijdens de bezetting woont hij bij zijn ouders in Westernijkerk, vlakbij de zeedijk. Op 29 april 1943 wordt bekend gemaakt dat Nederlandse oud-militairen zich moeten melden om in Duitsland in krijgsgevangenschap te gaan. Theunis heeft zijn militaire dienstplicht vervuld en moet zich dus melden, maar hij denkt dat hij wel veilig is aan de Jepmaloane en meldt zich niet. Echter, op 19 januari 1944 trappen Duitse soldaten de deur van de arbeiderswoning in en gaan met veel kabaal naar binnen. Er is verraad in het spel. Theunis wordt gearresteerd, maar buiten gekomen neemt hij de benen. Hij komt helaas niet ver, want het huis is omsingeld door 10 soldaten. Theunis wordt op het erf, onder de ogen van zijn ouders, doodgeschoten.
Hij is begraven op de N.H. begraafplaats in Marrum. Theunis Looijenga was 27 jaar. 


Pieter Jan Smit is geboren op 4 augustus 1920 in Marrum. Tijdens de bezetting woont hij bij zijn ouders in Hallum. Hij is metaalbewerker bij de firma F.K. Oreel In het voorjaar van 1943 krijgt hij een oproep zich voor de Arbeitseinsatz te melden en hij vertrekt op 23 februari 1943 naar Lauchhammer om daar als lasser in een staalfabriek aan de slag te gaan.Om onbekende redenen wordt hij in juli 1943 naar Spergau doorgestuurd om daar in een chemische fabriek te werken. Hij is volgens de melding van het Rode Kruis op 30 augustus 1943 te Spergau, Kreis Merseburg, overleden en aldaar begraven. De doodsoorzaak wordt niet opgegeven. Is hij omgekomen bij een bombardement, door een ziekte of hebben de Duitsers hem doodgeschoten, omdat hij uit principe bleef weigeren op zondag te werken? Zijn familie zal het nooit weten.

Na de oorlog is hij herbegraven op de N.H. begraafplaats in Hallum.

Pieter Smit was 23 jaar oud.


Gerrit Zeemans is geboren op 3 mei 1885 in Marrum. In de vroege morgen 7 augustus 1943 wordt in Marrum een grote razzia gehouden. Omstreeks 4 uur stormen de Duitsers het huis van de 58-jarige brandstofhandelaar Gerrit Zeemans, aan de Lage Herenweg nr. 55, binnen. Vanwege zijn leeftijd heeft hij niets te vrezen, maar hij is in het bezit van een halve zijde spek. Bij een huiszoeking zal dit kostbare bezit zeker gevonden en geconfisqueerd worden. Om dat te voorkomen wil hij het spek buiten via een platje verbergen. Een Duitse soldaat ziet hem en denkt dat hij wil vluchten en schiet hem zonder pardon neer. Gerrit wordt zwaargewond naar het Diaconessenhuis in Leeuwarden vervoerd, maar hulp mag niet meer baten. ’s Avonds 7 uur bezwijkt hij aan zijn verwondingen.

Hij wordt begraven op de N.H. begraafplaats in Marrum.

Gerrit Zeemans was 58 jaar oud.


Pieter Sterk is geboren op 5 maart 1921 te Ferwerd. Hij woont bij zijn ouders aan de Ferwerter zeedijk. Vlak voor de bevrijding, op 19 maart 1945, wordt hij toch nog opgepakt omdat hij zich niet heeft gemeld voor de Arbeitseinsatz. Via het Huis van Bewaring in Leeuwarden en Assen wordt hij per boot afgevoerd naar Meppen om daar dwangarbeid te verrichten. Bij Nieuw Amsterdam ziet Piet kans te vluchten, maar door difterie is hij erg verzwakt. Lopend is hij tot Birdaard gekomen en vandaar thuisgebracht. Als gevolg van ziekte en uitputting is hij op 9 april 1945 overleden.

Piet Sterk was 24 jaar


Koenraad Spijksma is geboren op 28 januari 1926 te Wanswerd aan de Streek. Als hij in 1944 18 jaar is, houdt hij zich met zijn oudere broer Jan zo goed mogelijk verscholen om te voorkomen dat hij naar Duitsland wordt gestuurd om als dwangarbeider in de oorlogsindustrie te werken. Hoewel ze steeds goed uitkijken en niet thuis slapen, komen de Duitsers aan de deur, uitgerekend in de nacht van 7 op 8 januari 1945, als de jongens denken dat het voor deze keer wel kan. Ze worden door Duitse soldaten van hun bed gelicht en gearresteerd. Ze zijn vermoedelijk verraden. Ook vader Auke moet in de overvalwagen plaatsnemen. Hij mag de volgende dag weer naar huis, maar Jan en Koen worden via Leeuwarden op transport gesteld naar Noord-Duitsland, eindbestemming strafkamp Schwarzer Weg bij Wilhelmshaven, waar ze op 18 januari 1945 aankomen. Ze worden o.a. ingezet bij de bouw van verdedigingsbunkers. Op 11 maart moeten Jan en Koen afscheid van elkaar nemen. Een grote groep mannen, onder wie Jan, wordt overgeplaatst. Koen raakt verzwakt door de vrijwel onafgebroken zware inspanningen en hij wordt ziek. In de ziekenboeg gaat zijn toestand snel achteruit, mede omdat zijn longontsteking niet goed behandeld kan worden. Hij overlijdt op 31 maart 1945, een maand voordat het kamp wordt bevrijd.

Koen Spijksma was 19 jaar oud.


Rienk Hendrik Kuipers is geboren op 14 januari 1905 in Den Haag. Hij is tijdens de bezetting predikant van de Gereformeerde kerk te Wanswerd aan de Streek, nu Burdaard. Op zondag 4 februari 1945 ziet een passerende patrouille van de bezetter dat bij het uitgaan van de kerk, enkele jongens weer terug gaan in de kerk. Ze vinden dit verdacht, stellen een onderzoek in en vinden onderduikers en enkele radiotoestellen. Ds. Kuipers, één van de leidende figuren van de Landelijke Organisatie voor hulp aan Onderduikers (LO), wordt medeverantwoordelijk gesteld voor dit vergrijp. Hij wordt gevangen genomen en naar het beruchte Scholtenhuis in Groningen gebracht. Hierna wordt hij op transport gesteld naar het concentratiekamp Neuengamme. Omdat de geallieerden in aantocht zijn wordt het kamp begin april 1945 ontruimt en wordt Kuipers met de andere gevangenen overgebracht naar Lübeck. Daar is hij op 28 april 1945 overleden aan ziekte en uitputting. Bekend is geworden dat hij tijdens zijn gevangenschap veel lotgenoten tot steun is geweest. Zijn stoffelijke overschot is op 27 augustus 1959 herbegraven op het Ereveld Loenen. De straat bij de kerk waar de overval plaatsvond, is naar de dominee vernoemd.

Rienk Kuipers was 40 jaar oud.


Johannes Doornbos is geboren op 30 december 1921 in Blija. Tijdens de Tweede Wereldoorlog woont hij bij zijn ouders in Blija en hij is lid van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS). Voor hun laatste opdracht zijn de leden van de NBS bij elkaar gekomen in gebouw ’t Anker in de Burmaniastraat te Ferwerd. Er wordt besloten vooraf een groepsfoto te maken. Tijdens het opstellen gaat er per ongeluk een vuurwapen af. Johannes wordt getroffen en is ter plaatse overleden. Hij is begraven op de N.H. begraafplaats in Blija. Tevens is in dit dorp een straat naar hem vernoemd.

Johannes Doornbos was 23 jaar oud.


Klaas Westra is geboren op 5 december 1891 in Anjum. Hij is opperwachtmeester bij de politie. Hij is actief in het verzet en in de nacht van 27 op 28 oktober 1943 doet de Sicherheitsdienst een inval in zijn huis in Wanswerd aan de Streek. Westra is niet thuis, omdat hij op dat moment dienst doet in het ‘Judendurchgangslager’ in Westerbork. In zijn plaats worden zijn vrouw, zijn dochter en zijn zoon Anne gearresteerd. Zijn vrouw en dochter worden snel weer vrijgelaten, maar zijn zoon Anne wordt naar het Scholtenhuis in Groningen gebracht. Daar ontmoet hij zijn vader, want die is in Westerbork gearresteerd. Op 10 december worden ze samen overgebracht naar kamp Vught en op 24 mei 1944 worden ze samen op transport gesteld naar het concentratiekamp Dachau. Anne Westra overleeft het kamp, maar zijn vader overlijdt op 20 februari 1945 in het zicht van de bevrijding.

Klaas Westra was 53 jaar oud.


Oebele Brandsma is geboren op 25 april 1923 in Ferwerd. Om aan de Arbeitseinsatz te ontkomen, slaapt hij ‘s nachts met andere onderduikers in een bewoonbaar gemaakt hok op de tuinderij waar hij hovenier is. Op 16 mei 1944 wordt hij gearresteerd tijdens een grootschalige razzia en naar het Huis van Bewaring in Leeuwarden gebracht. Na een week wordt hij op transport gesteld naar Kamp Amersfoort en vandaar vervoerd naar het Duitse eiland Nordeney en later naar het strafkamp op Helgoland. Hier wordt hij tewerkgesteld bij de bouw van bunkers en andere verdedigingswerken als onderdeel van de Atlantikwall. Op 18 maart 1945 wordt hij via Cuxhaven naar ‘Lager Fliegenhorst’ in Stade vervoerd, waar veel medegevangenen de kans krijgen te ontsnappen. Oebele is te ziek om te vluchten. Hij wordt in het ziekenhuis van Stade opgenomen, maar zijn toestand verergerd. Op 12 augustus 1945 is hij in Stade overleden door uitputting en ondervoeding en wordt begraven op het Nederlands Ereveld te Lübeck.

Oebele Brandsma was 22 jaar oud.


Johannes Greidanus is geboren op 15 april 1924 in Westernijkerk. De boerenzoon woont op Leliastate onder Marrum. Hij heeft zich niet gemeld voor de Arbeitensatz. In oktober 1943 wordt de boerderij omsingeld en Johannes en zijn broer Jacobus moeten op de fiets mee naar het gemeentehuis in Ferwerd. Jacobus wordt weer vrijgelaten, maar Johannes wordt naar het Huis van Bewaring in Leeuwarden gebracht en vier dagen later vervoerd naar Kamp Amersfoort. Op 18 april 1944 wordt hij op transport gesteld naar Buchenwald. Na verloop van tijd wordt hij ziek en opgenomen in een kliniek in Halberstadt. Op 8 april 1945 wordt de stad door de geallieerden gebombardeerd en ook de kliniek wordt getroffen. Johannes ligt twee dagen ernstig gewond onder het puin. Op 5 juni 1945 overlijdt hij aan zijn verwondingen in het Salvator ziekenhuis in Halberstadt. Hij wordt herbegraven op de N.H. begraafplaats in Marrum.

Johannes Greijdanus was 21 jaar oud.


Tjisse Kalverda is geboren op 5 februari 1923 in Ferwerd. De 21-jarige banketbakker heeft zich niet gemeld voor de Arbeitseinsatz en wordt op 21 juni 1944 tijdens een razzia gearresteerd en naar Kamp Amersfoort gebracht. Vandaar wordt hij op transport gesteld naar het concentratiekamp Neuengamme. Op 31 december 1944 moeten twaalf gevangenen even buiten het kamp zes graven delven. Daarna worden ze willekeurig op een rij gezet en genummerd van 1 tot 12. De even nummers moeten voor de graven gaan staan en worden ter plaatse doodgeschoten. Tjisse is de laatste van de rij; hij heeft nummer 12. De zes andere gevangenen mogen terugkeren naar het kamp.

Tjisse Kalverda was 21 jaar oud.


Fokke Sierksma is geboren op 3 februari 1924 in Lichtaard. Tijdens de bezetting woont hij bij zijn ouders in Ferwerd. Op 30 november 1943 wordt hij op weg naar zijn werk gearresteerd omdat hij zich niet heeft gemeld voor de Arbeitseinsatz. Hij wordt weer vrijgelaten nadat hij heeft beloofd zich te zullen melden. Maar Fokke duikt onder. Na enige tijd gaat hij terug naar zijn ouderlijk huis en gaat weer bij zijn voormalige werkgever Meekma aan het werk. In april 1944 wordt hij tijdens het ploegen voor de tweede maal gearresteerd. Opnieuw wordt hij vrijgelaten, nadat hij heeft belooft zich te zullen melden. Maar weer duikt hij onder. Twee weken later wordt hij op zijn onderduikadres alsnog opgepakt door dezelfde Landwachters die hem eerder hebben gearresteerd. Fokke wordt naar Dokkum gebracht. Na twee dagen komt hij, met hulp van een van de Landwachters, die voorwendt hem in opdracht van de commandant naar Leeuwarden te brengen, terug in Ferwerd. Fokke duikt voor de derde keer onder, nu bij Klaas Meekma, waar hij nog gewoon zijn werk kan blijven doen. Een paar weken later, op 21 augustus 1944, wordt hij toch weer gearresteerd en naar het Huis van Bewaring in Leeuwarden gebracht en vandaar naar Kamp Amersfoort vervoerd. Begin september 1944 wordt hij op transport gesteld naar het concentratiekamp Neuengamme, waar hij op 12 december 1944 is overleden. Als doodsoorzaak wordt open tuberculoze opgegeven. Of dat klopt, is de vraag. Heel vaak wordt een doodsoorzaak verzonnen, zeker als arbeiders door mishandeling en uitputting sterven.

Fokke Sierksma was 20 jaar oud.


Willem Valk is geboren op 17 juni 1924 in Marrum. De landarbeider krijgt in juli 1943 een oproep om zich te melden voor de Arbeitseinsatz. Hij kiest ervoor niet onder te duiken en vertrekt op 20 juli 1943 naar Kümer bij Hannover en wordt daar bij een boer tewerkgesteld. Dit bevalt hem slecht en hij wil terug naar huis. Op de terugweg wordt hij in de trein gecontroleerd, maar zijn papieren, pas en arbeidskaart, zijn niet in orde. Hij wordt daarom gezien als vluchteling. Willem wordt gearresteerd en geïnterneerd in het Arbeitserziehungslager Flughaven Essen-Mulheim. Het zware werk, de mishandelingen en het gebrek aan goede voeding eisen zijn tol. Hij wordt ziek en overlijdt in Mülheim aan de Ruhr, op 12 september 1943 als gevolg van difterie. Hij wordt begraven op het Hauptfriedhof in Mülheim.

Willem Valk was 19 jaar oud.


Johannes Wassenaar is geboren op 25 december 1924 in Lichtaard. Om aan de Arbeitseinsatz te ontkomen duikt hij onder in Trynwâlden. Noch hij, noch zijn ouders hebben er een goed gevoel bij dat hij naar een Duitse fabriek gaat om te werken en dan is er maar één oplossing: onderduiken. Omdat de vrouw des huizes rondbazuint dat zij een onderduiker in huis heeft moet Johannes een nieuw duikadres zoeken. Hij komt terecht bij de familie Hettinga in Jelsum. In augustus 1944 fietst hij ’s nachts naar Lichtaard om een weekend bij zijn familie te zijn. Op zondagmiddag wordt hij gezien door twee fietsende Landwachters. Johannes vlucht en wordt beschoten. Bij zijn ouderlijk huis wordt hij gearresteerd en naar de Duitse post in de garage van busondernemer Sprietsma in Dokkum gebracht en vandaar naar het Huis van Bewaring in Leeuwarden. Al spoedig wordt hij vervoerd naar Kamp Amersfoort en op 6 september 1944 op transport gesteld naar het concentratiekamp Neuengamme en wordt tewerkgesteld in het buitenkamp Husum-Schwesing voor de aanleg van de Friesenwall. Als gevolg van de doorstane ontberingen wordt Johannes ziek en overlijdt op 17 december 1944.

Johannes Wassenaar was 19 jaar oud.


Bouwe van der Woude is geboren op 14 juni 1903 te Dokkum. Tijdens de bezetting is hij ongehuwd en schipper op zijn 36-tons vrachtschip ‘De Nooitgedagt’.

Tegen het einde van de oorlog wordt het gevaar dat de Duitsers zijn schip zullen vorderen steeds groter. Vandaar dat Bouwe zich in de laatste oorlogswinter met zijn schip schuilhoudt in de Jislumervaart, in het buurtschap de Bolleholle. Op vrijdag 9 februari 1945 gaat Van der Woude samen met de zestienjarige Keimpe Struiksma in zijn roeibootje naar Jislum om boodschappen te doen. Bij terugkomst meren ze achter het schip af, ter hoogte van de kajuit, om de boodschappen uit te laden. Als de boodschappen aan boord zijn, roeit Keimpe het bootje terug naar de vaste plek aan de voorkant. Terwijl hij dat doet, naderen er in de lucht twee Britse jagers, die een paar keer overvliegen om zich te oriënteren. Van der Woude let niet op de vliegtuigen en gaat de kajuit binnen met de boodschappen. Nogal roekeloos, want zijn schip is groen geverfd en hij weet dat de Engelsen op dat moment schieten op alles dat groen is, de camouflagekleur van de Duitse vliegtuigen. Vlak nadat Keimpe de roeiboot heeft vastgelegd, beginnen de vliegtuigen de kajuit te beschieten. Na een tweede aanval verdwijnen de Britse jagers en vindt Keimpe het doorzeefde lichaam van Bouwe. Het stoffelijk overschot wordt geborgen en begraven op de Algemene begraafplaats te Birdaard.

Bouwe van der Woude was 42 jaar oud.


Meindert van Dijk is geboren op 26 augustus 1923 in Westernijkerk.

In juni 1943 is hij bij boer Harmen Johannes Olivier in Marrum aan het werk. Deze wil hem doorsturen naar buurman boer Osinga, omdat hij weet dat die hulp nodig heeft bij het dorsen van koolzaad, maar dat weigert Meindert, o.a. omdat Osinga een NSB-er is. In deze zelfde maand krijgt hij een oproep voor tewerkstelling in Duitsland. Hierdoor ontstaat bij hem het idee dat Osinga daar uit rancune de hand in heeft gehad. In werkelijkheid heeft hij een oproep gehad omdat zijn geboortejaar aan de beurt was. Omdat hij niet naar Duitsland wil, duikt hij onder bij boer Hania in Reitsum. Op de boerderij van Hania leert Meindert François Vergonet kennen, aan wie hij zijn verhaal doet. Hij weet niet dat Vergonet niet te vertrouwen is. Vergonet adviseert hem de boerderij van Osinga in de brand te steken. Meindert besluit het advies op te volgen en op 3 december 1943 uit te voeren. De beginnende brand wordt bij toeval ontdekt en spoedig geblust. De sporen wijzen naar Meindert en hij wordt opgepakt en opgesloten in de militaire gevangenis in Utrecht. Hij wordt ter dood veroordeeld, maar In augustus 1944 wordt deze straf herzien door een bijzondere nationaalsocialistische rechtbank, het zogenaamde ‘Sondergericht’ in Nijmegen. Uiteindelijk wordt hij veroordeeld tot acht jaar tuchthuis en komt via de gevangenis in Rheinbach op 16 september 1944 terecht in de strafinrichting Hameln. Hij moet onder zware omstandigheden werk verrichten in werkkamp Holzen, dat bij de gevangenis hoort. Door de ontberingen wordt Meindert ziek en hij wordt overgebracht naar  de gevangenis in Hameln. Daar overlijdt hij op 25 januari 1945.

Meindert van Dijk was 21 jaar oud.

Bron: ‘De oorlog een gezicht gegeven, Ferwerderadeel’, Reinder H. Postma en Yvonne te Nijenhuis